|
Voorstellen registratie
buitenlandse arbeiders en hoofdelijke aansprakelijkheid:
ondoordacht en zonder overleg genomen
Sinds enkele dagen pleegt minister Peter Vanvelthoven
zeer intensief overleg met de bouwsector om tijdens een rondetafel
te komen tot concrete en werkbare voorstellen, die uiteindelijk
de strijd moeten aanbinden tegen de oneerlijke concurrentie en het
zwartwerk in de bouwsector. De Confederatie Bouw vraagt al jaren
een realistische maar concrete globale aanpak van het zwartwerk,
en wil in het belang van de bonafide bouwbedrijven de strijd aanbinden
tegen alle vormen van oneerlijke concurrentie, ook die vanwege de
buitenlandse arbeidskrachten uit nieuwe EU-landen. Tijdens deze
rondetafelbesprekingen onderhandelen niet alleen de bouwpartners,
maar ook de inspectiediensten, Sociale Zaken, Financiën en
de kabinetsmedewerkers van minister Vanvelthoven zelf over de verschillende
concrete maatregelen, die gezamenlijk moeten worden genomen om een
effectieve strijd te kunnen voeren tegen het zwartwerk.
Het is dan ook onbegrijpelijk om via de pers te moeten vernemen
dat minister Vanvelthoven, buiten de rondetafelbesprekingen om en
zonder overleg, een aantal initiatieven neemt ter beteugeling van
het zwartwerk in de sector.
Het initiatief om een elektronische registratie van buitenlandse
arbeidskrachten in te voeren, maar vooral zijn wetsontwerp om de
hoofdaannemer aansprakelijk te stellen voor het zwartwerk bij onderaanneming,
zijn dan ook verbazingwekkend. Dit doet vragen rijzen over de ernst
van het overleg met alle betrokken partijen en doorkruist alle besprekingen
van de door de minister zelf georganiseerde rondetafel.
Voor de controle van de buitenlandse ondernemingen en hun arbeidskrachten
is het LIMOSA-initiatief (elektronische melding aan een databank,
te vergelijken met de DIMONA-aangifte) een beter vertrekpunt (detachering
van buitenlandse arbeidskrachten). Deze databank dient aangevuld
te worden met de gegevens over welke aannemer op welke bouwplaatsen
aanwezig is. Op deze wijze zijn de inspectiediensten perfect in
staat om na te gaan of de buitenlandse aannemer zich, als uitvoerder
van een bepaalde bouwactiviteit, wel degelijk heeft gemeld bij de
LIMOSA-databank, en als het gaat om een Belgische onderneming, of
deze wel degelijk is ingeschreven in de RSZ-databank. ”Enkel
met die kennis van wie waar welke werken uitvoert, kunnen doelgerichte
controles en inspecties op een eigentijdse wijze worden uitgevoerd
op de bouwplaatsen”, stelt Gabriël Delporte, secretaris-generaal
van de Confederatie Bouw.
Over het tweede initiatief van minister Vanvelthoven waarbij de
hoofdaannemer verantwoordelijk zou worden gesteld voor het zwartwerk
van 'een' onderaannemer, stelt Delporte teleurgesteld: “Dit
is totaal onrealistisch en onbegrijpelijk! Precies nu dat tijdens
de rondetafelbesprekingen het dossier van de aansprakelijkheidsregeling
ter discussie staat en moet bekeken worden in het licht van de recente
veroordeling van ons land door het Europees Hof van Justitie voor
haar discriminerende regeling ten opzichte van buitenlandse bouwbedrijven,
worden er zonder overleg initiatieven genomen. Hoe kan nu zo’n
belangrijk dossier behandeld worden in een programmawet zonder fundamenteel
debat met de betrokken sectoren en zonder voorafgaand parlementair
debat?”
De Confederatie Bouw zal dan ook alle mogelijke stappen ondernemen
om de concrete uitvoerbaarheid van de initiatieven te vrijwaren
en om ervoor te zorgen dat niet de bonafide Belgische bouwbedrijven
het slachtoffer worden van maatregelen die voorbijgaan aan de basisbekommernis,
namelijk het concreet bestrijden van alle vormen van oneerlijke
concurrentie en zwartwerk in de bouw.
Meer weten:
|