Zoeken
Sitemap Mijn profiel Contact Fr
 

Er zijn op het ogenblik
27 bezoekers


 

Home > Bouwers > Nuttige links

Memorandum aan de politieke partijen

Woord vooraf

De bouw is een belangrijke sector voor de Belgische economie. Hij vertegenwoordigt ruim 5% van het BBP, mobiliseert 8,5% van de hulpmiddelen van de nationale economie en brengt de ontwikkeling met zich mee van talrijke andere activiteiten in de sectoren die er klant of leverancier van zijn. Het is ook een arbeidsintensieve sector, met 250.000 werknemers of 7,9% van de tewerkstelling in de privé-sector. Samen met de 125.000 andere werknemers in de aanverwante sectoren, is in totaal 12% van de tewerkstelling in de privé-sector afhankelijk van de bouw.

De bouw is ook de noodzakelijke hefboom voor talrijke moderne beleidsacties, zoals de woningbouw, de sociale huisvesting, de mobiliteit, de vernieuwing van stadscentra, verfraaiing van wijken, de veiligheid van de gebruikers, de bescherming van het leefmilieu, enz.

De bouw is dus voor de politici een belangrijke troef die rijkdom creëert en rechtstreeks meewerkt aan de totstandbrenging van de regeringsprogramma's.
In die context moet de sector worden gehoord door de politiek en de nodige steun krijgen voor zijn ontwikkeling op lange termijn.

Zijn stem laten horen en de grondslag leggen van een dialoog met de politiek is de bedoeling van het memorandum dat de Confederatie zopas heeft aangenomen en aan alle partijen een pakket eisen voorlegt over thema's die belangrijk zijn voor de toekomst van de sector en voor de economische ontwikkeling van ons land.

Dit memorandum zal overigens in het centrum staan van de debatten van het Bouwforum dat morgen, donderdag 22 februari, wordt gehouden in het kader van de officiële opening van Batibouw. Tijdens het forum zullen vertegenwoordigers van de politieke partijen, onder wie verscheidene ministers, de kans krijgen om zich uit te spreken over een aantal prioriteiten voor ons land.
 


 

"Bouwen, hoeksteen van het beleid": het memorandum van de Confederatie aan de politieke partijen

In de 7 hoofdstukken van het memorandum van de Confederatie worden de leiders van de politieke partijen en hun studiebureaus uitgenodigd om een duidelijk antwoord te geven op de verwachtingen van de bouwsector ten aanzien van de komende regering. Deze persnota licht enkele van die verwachtingen toe via twee belangrijke thema's voor het sectoraal beleid: de groei van de investeringen en de vrijwaring van het concurrentievermogen.

1. Groei van de investeringen

De sector, en dat is bekend, vertoonde een uitstekende groei in de voorbije twee jaar, onder meer dankzij de woningbouw. Wij moeten echter op langere termijn denken en vooruitlopen op de verwachte terugval van de activiteit. In die context is de uitbouw van een degelijk structureel investeringsbeleid in de bouw meer dan ooit noodzakelijk.

1.1. De infrastructuurinvesteringen

Ten opzichte van het Europees gemiddelde heeft België - alle bestuursniveaus samen genomen - nog altijd een enorme achterstand qua overheidsinvesteringen: de investeringsgraad ligt bij ons al meer dan tien jaar lang vast op jaarlijks gemiddeld 1,7% van het BBP, terwijl dit gemiddelde 2,8% bedraagt voor de Europese unie (zonder de nieuwe lidstaten). Het verschil met buurlanden zoals Frankrijk (3,3%) en Nederland (3,1%) is nog groter. Hieruit volgt dat aan talrijke behoeften qua openbare werken niet of onvoldoende wordt voldaan. Deze situatie schaadt onze hele economie, want als de infrastructuur niet meer voldoet aan de verwachtingen van de privé-investeerders, dan gaan zij hun plannen in het buitenland uitvoeren.

De Confederatie pleit voor een investeringsbeleid dat gericht is op de volgende doelstellingen:

  • Een coördinatie van de investeringsprogramma's tussen de verschillende bestuursniveaus van ons land.
     
  • Een herstel van de investeringen met de klemtoon op de ontwikkeling van de transportinfrastructuur (spoorwegen, wegen en waterwegen), zodat België ten volle de voordelen kan benutten van zijn geografische ligging midden in de eengemaakte Europese markt en een aanzienlijk terugverdieneffect kan opleveren voor de overheidsfinanciën.
     
  • Een geleidelijke en constante toename van het volume overheidsinvesteringen in België om op middellange termijn het niveau te bereiken van de Europese landen die de beste positie bekleden qua investeringen.
     
  • Het ontwikkelen van formules van publiek-private samenwerking die goed aangepast moeten zijn aan de economische structuur van de bouw. Het komt erop aan een reële toegevoegde waarde te creëren ten opzichte van de klassieke procedures voor de gunning van opdrachten. Deze samenwerkingsverbanden moeten de investeringsinspanningen van de overheden aanvullen en niet vervangen, en zij moeten de belangen van de deelnemende privé-bedrijven vrijwaren. Daarom zou het interessant zijn een Belgisch centrum voor samenwerkingsverbanden op te richten, als volwaardig kenniscentrum, en een gedragscode aan te nemen.

1.2. Energie-efficiëntie van gebouwen promoten

Het is hoog tijd om zich resoluut te verbinden voor een duurzame vermindering van de broeikasgassen in ons land, volgens het Kyoto-protocol, waarvan men al weet dat de doelstellingen in het volgend decennium nog zullen moeten worden verhoogd.
Wij mogen niet vergeten dat de gebouwen verantwoordelijk zijn voor een aanzienlijk deel – 30 à 40% naargelang de bronnen – van de CO2-uitstoot in de atmosfeer. Er is dus op dit gebied een enorm potentieel qua vermindering van de CO2-uitstoot door energiebesparing in gebouwen, en vooral in woningen.

De Confederatie vraagt een beleid inzake duurzaam bouwen dat onder meer op de volgende punten steunt:

  • Een ambitieus programma ten gunste van energiebesparing, zowel in de nieuwbouw als bij renovatie. Zoals in het buitenland, moet ook meer aandacht worden besteed aan het begrip passiefhuis.
     
  • Een coördinatie, met het oog op complementariteit, van de door de verschillende bestuursniveaus toegekende voordelen voor energiebesparing.
     
  • Een gecoördineerd federaal beleid van informatie en bewustmaking, bijvoorbeeld door de oprichting van een Instituut voor informatie en communicatie.
     
  • De toepassing van een systeem van derde betaler waardoor de opdrachtgever van het bedrag van de werken de premies en voordelen kan aftrekken die door de aannemer aan de overheid worden gefactureerd, eventueel via het nog op te richten instituut voor informatie en communicatie.
     
  • Een algemeen plan voor de renovatie van overheidsgebouwen, om ervoor te zorgen dat die gebouwen voldoen aan hoge isolatie- en energieprestatienormen.

1.3. Een fiscaal beleid ter ondersteuning van de investeringen

Ook hier is het geld de zenuw van de oorlog. De beslissing tot investeren wordt ontegensprekelijk vergemakkelijkt door de toekenning van fiscale voordelen. De Confederatie verwacht dus van de volgende regering dat zij een fiscaal beleid voert ten gunste van de onroerende investeringen, meer in het bijzonder via de volgende maatregelen:

  • Een volgehouden actie, eerst op vlak en nadien op nationaal vlak, om het verlaagd BTW-tarief te consolideren voor renovatiewerken na 2010 en ook om de toepassing van dit tarief uit te breiden tot andere werken, zoals de bouw van nieuwe woningen en van sommige overheidsgebouwen, zoals scholen of ziekenhuizen.
     
  • Een fiscale aftrekregeling voor onroerende investeringen van gezinnen dat voordeliger is dan de huidige regeling: men moet de aftrek toestaan, zelfs zonder hypothecaire lening, en de aftrekbare bedragen aanzienlijk verhogen, zodat de gezinnen ertoe worden aangespoord om facturen te eisen en dus het zwartwerk wordt verminderd. Diverse simulaties wijzen erop dat een dergelijke maatregel ruimschoots zichzelf financiert als men de officiële werken bevordert ten opzichte van het zwartwerk.
     
  • Een structureel beleid ten gunste van energiebesparende werken. De huidige maatregelen zijn interessant maar volstaan hoegenaamd niet om de Kyotodoelstellingen te bereiken: het toepassingsgebied van de rechthebbenden moet worden uitgebreid, de lijst van de werken die in aanmerking komen moet worden uitgebreid en het bedrag van de voordelen moet worden verhoogd.

2. Vrijwaring van het concurrentievermogen

Het concurrentievermogen en de tewerkstelling in de sector worden regelmatig aangetast door diverse tekortkomingen op de arbeidsmarkt en door bepaalde eigenschappen van de arbeidsorganisatie. De Confederatie nodigt de komende regering uit om deze problematiek ernstig in overweging te nemen bij het uitwerken van haar sociaal beleid. Zij vraagt aan de overheid maatregelen in alle domeinen die vandaag problemen opleveren.

2.1. Modernisering van de arbeidsmarkt

De paradoxen en zwakheden van de Belgische arbeidsmarkt zijn wel bekend: in essentie gaat het om een flagrant gebrek aan overeenstemming van vraag en aanbod, weinig flexibiliteit in de aanwervingsmogelijkheden en een te hoge wettelijke bescherming van de tewerkstelling. De Confederatie vraagt aan de komende regering dat zij onze arbeidsmarkt moderniseert en opnieuw dynamisch maakt via onder meer de volgende hefbomen:

  • De beroepsinschakeling van de jongeren, die geoptimaliseerd moet worden door maatregelen die het technisch en beroepsonderwijs opwaarderen en door een nieuw opleidingsbeleid en een aantrekkelijk leeraanbod.
     
  • De beleidslijnen rond arbeidsbemiddeling moeten dynamischer worden, dat moet gebeuren via het opkrikken van de opleidingsinspanningen voor de werkzoekenden en door het goedkeuren van een strikter begeleidingsbeleid voor de werklozen bij het zoeken en aannemen van een baan.
     
  • We zullen moeten openstaan voor nieuwe flexibelere arbeidsvormen, zoals het gecontroleerd ter beschikking stellen van werknemers tussen ondernemingen uit dezelfde bedrijfstak, het vrijmaken van de uitzendarbeid of nog het aanleggen door de overheid van een “pool" van werkzoekenden die moeilijk aan een baan kunnen worden geholpen.
     
  • De politieke verantwoordelijken zullen moeten nadenken over de ontwikkeling van de verschillende stelsels van loopbaanonderbreking en de gevolgen daarvan op de werking van de arbeidsmarkt. Deze denkoefening moet leiden tot een nieuwe aanpak van deze problematiek die borg staat voor een beter evenwicht tussen het individuele recht van de werknemer om zijn beroepsloopbaan uit te bouwen en het gemeenschappelijke belang in de onderneming, met name vanuit het standpunt van de productie en de organisatie van het werk.

2.2. Kader aangepast aan de strijd tegen oneerlijke concurrentie

De sector heeft zichzelf een plan verschaft ter bestrijding van oneerlijke concurrentie, een verschijnsel dat de concurrentiekracht van de reguliere ondernemingen ernstig aantast. Hij verwacht van de politieke verantwoordelijken dat zij een specifiek kader goedkeuren om de maatregelen die door de sector werden voorgesteld of ingevoerd, uit te voeren of aan te vullen. Dit kader moet bestaan uit twee wezenlijke onderdelen: het ene maakt het mogelijk een doeltreffende en langetermijnactie tegen zwartwerk te organiseren en het andere beperkt de illegale concurrentie van buitenlandse ondernemingen die op de Belgische bouwmarkt werken.

  • De acties die tot op heden werden gevoerd, volstonden niet om het zwartwerk terug te dringen. In België komt zwartwerk globaal genomen aanzienlijk meer voor dan gemiddeld in de andere Europese landen. Deze vaststelling moet de politieke wereld ertoe aanzetten om eens grondig na te denken over het onderwerp en een echt allesomvattend actieplan goed te keuren dat stoelt op een multidisciplinaire benadering van het verschijnsel illegale arbeid. Dit plan moet idealiter gebaseerd zijn op het verscherpen van de controles, met name door databases in te schakelen, het verminderen van de sociale kosten en de administratieve lasten van de ondernemingen, fiscale stimuli, met name voor de gezinnen, en nieuwe vormen van partnerschap met de sectoren.
     
  • De grensoverschrijdende mobiliteit van werknemers en ondernemingen, die vandaag al groot is, zal in de toekomst nog toenemen in het kader van de goedkeuring van de Europese dienstenrichtlijn, die de totstandkoming van de interne markt in Europa wil realiseren. De Belgische reglementering moet aan deze evolutie worden aangepast, zowel om het vrij verlenen van diensten van buitenlandse ondernemingen te vergemakkelijken als om erop toe te zien dat deze ondernemingen de minimale regels naleven en die voor deze ondernemingen verplicht gelden op de Belgische bouwmarkt. In dat verband moet er worden gestreefd naar het vereenvoudigen van de toepasselijke wetgevingen om ze makkelijker begrijpbaar en naleefbaar te maken - met name de wet op de detachering van maart 2002 – en de betrokken ondernemingen zo goed mogelijk te informeren over hun plichten op het Belgische grondgebied, met name door betrouwbare informatie ter beschikking te stellen op een meertalige webstek die voor dit doel speciaal werd ontworpen.

2.3. Lasten van de ondernemingen verlagen

De verlaging van de loonkosten van de ondernemingen is zowel verantwoord in het kader van de internationale concurrentie als in de nationale context van de strijd tegen zwartwerk en het vrijwaren van de concurrentiekracht van de ondernemingen. Op dit gebied is het van belang dat we oog hebben voor de niet-discriminatoire behandeling van de bedrijfstakken en hiertoe vermijden dat beleidslijnen tot verlaging van de lasten gericht op specifieke arbeidsstelsels worden behouden.
De regering moet worden aangespoord om naast het terugdringen van de loonkosten ook de inspanningen voort te zetten om de administratieve last te verlichten.

De Confederatie vraagt actie op volgende gebieden:

  • Het goedkeuren van een beleid dat afstapt van de logica van de aan voorwaarden gekoppelde kostenverlagingen en voorrang geeft aan een veralgemeende verlaging van de sociale lasten van de ondernemingen, om de loonkosten van de arbeidsintensieve sectoren aanzienlijk terug te schroeven.
     
  • Het aanvaarden van het beginsel van een denkoefening die moet worden gemaakt met de sociale partners over de mogelijke invoering van nieuwe berekeningswijzen voor de sociale bijdragen, zoals de forfaitarisering.
     
  • Het uitbreiden van de bevoegdheden van de ondernemingsloketten en de omvorming van deze loketten tot een uniek contactpunt voor alle te verrichten formaliteiten. Tegelijk is het van belang om een voorafgaande analyse te maken van de weerslag op de administratieve last van de ondernemingen voor alle reglementeringen die op hen van toepassing zijn.

Lees het volledige memorandum pdf

Voor meer informatie:

Véronique Vanderbruggen
Directeur Communicatie Confederatie Bouw
Tel. 02 545 56 26 - 0477 36 09 44
E-mail: veronique.vanderbruggen@confederatiebouw.be