Zoeken
Sitemap Mijn profiel Contact Fr
 

Er zijn op het ogenblik
81 bezoekers


 

Home > Starters > Wat doen? > Voor de bouw > Bouw- /Milieuvergunning

Protocolakkoord ondertekend in de bouw
Concurrentiekracht gevrijwaard - Bijzondere aandacht voor jongeren

Op dinsdag 29 mei hebben de sociale partners van de bouwsector het protocolakkoord voor een cao 2007-2008 ondertekend.
Dit akkoord is een voorbeeld in vele opzichten.
In de eerste plaats ligt het volledig in de lijn van het interprofessioneel akkoord:

  1. De loonnorm werd nauwgezet gerespecteerd: 5% met een correctiecoëfficiënt op 1 oktober 2008, zodat, zelfs als de inflatie hoger is dan voorzien, de loonnorm nageleefd wordt (all-inmechanisme). Dit is een belangrijke verworvenheid voor de Confederatie Bouw, die gedurende het hele onderhandelingsproces de nadruk heeft gelegd op de onontbeerlijke beheersing van de lonen, nu onze sector geconfronteerd wordt met de meedogenloze concurrentie van buitenlandse ondernemingen die in ons land werken en van illegale arbeidscircuits. De bouw behoort duidelijk tot de goede leerlingen wat vrijwaring van de concurrentiekracht betreft en hij zal er zijn voordeel mee kunnen doen wanneer het uur gekomen is om met de regering te onderhandelen over nieuwe verminderingen van de sociale lasten.
     
  2. Het aantal opleidingsuren wordt met 5% verhoogd, zowel voor weekdag-, avond- en zaterdagopleidingen. Er komen meer winteropleidingen (in de perioden van tijdelijke werkloosheid). De bouw wil duidelijk inzetten op opleiding om zijn belangrijkste troef uit te spelen, zijn personeel, om te voldoen aan de alsmaar verregaander gespecialiseerde verwachtingen van zijn klanten.
     
  3. De bouw volgt het Generatiepact, dit wil zeggen dat de normale brugpensioenleeftijd op 60 jaar wordt gebracht. Bovendien heeft de Confederatie erop toegezien dat er meer beperkingen komen op het inschakelen van het specifieke stelsel van brugpensioen voor ongeschikte werknemers in de bouw (vanaf 56 jaar). De werknemer moet zich eerst door een arbeidsgeneesheer laten onderzoeken.
     
  4. Outplacement bij werknemers van 45 jaar en ouder die door hun werkgever worden ontslagen, zal door de sector worden georganiseerd.

Er wordt weer een stap gezet naar de gelijkschakeling van het statuut van arbeider en bediende, door een extra carensdag toe te kennen na vijf jaar anciënniteit.

In het akkoord staan ook specifieke bepalingen, conform de eisenbundel van de Confederatie, om het aanwerven van jongeren en het aan het werk houden van oudere werknemers aan te moedigen:

  1. Voor de werkgever is er een substantiële verlaging van de sociale werkgeversbijdragen bij aanwerving van jongeren onder de 25 jaar: een vermindering van € 300 per kwartaal, gedurende 8 kwartalen.
     
  2. De premie voor arbeiders die, niettegenstaande zij de voorwaarden vervullen om op brugpensioen te gaan, toch verder blijven werken, wordt uitgebreid tot de leeftijd van 65 jaar. Deze premie bedraagt € 2.000 per jaar.
     
  3. De sociale lasten bij het tewerkstellen van 58-plussers worden verlicht in de vorm van een vermindering van € 100 per kwartaal en dit tot het ogenblik waarop de betrokken werknemer de onderneming verlaat.

Om meer jongeren naar de sector aan te trekken, werd de basis gelegd voor een dynamische bouwleerplicht voor de jongeren die nog onderworpen zijn aan de deeltijdse leerplicht (15/16-18 jaar). Voor de Confederatie mag de leerplicht tot 18 jaar niet ertoe leiden dat te veel jongeren schoolmoe worden en kostbare tijd verliezen in algemene studierichtingen zonder toekomst. Men dient ze zo snel mogelijk te oriënteren naar kwalificerende opleidingen met opvolging en scholing in het bedrijfsleven.

Het akkoord houdt rekening met de nieuwe realiteit vanuit het standpunt van de werknemers over mobiliteit. De mobiliteitsvergoeding wordt geherwaardeerd binnen de limieten voor de RSZ-vrijstelling. Zij wordt berekend op grond van de reële kilometers (en dus niet meer met de afstanden in vogelvlucht). Hoe het aantal kilometers wordt bepaald, dient het voorwerp uit te maken van overleg in de bedrijven. In voorkomend geval kan men steeds een beroep doen op een internettoepassing van een routeplanner, zoals Mappy.

Het akkoord zorgt voor meer flexibiliteit vanuit het standpunt van de ondernemingen. Het laat toe in een aantal specifieke gevallen op zaterdag te werken en doet daarvoor een beroep op de mechanismen uit KB 213 (overuren): er kan gedurende 64 uren per kalenderjaar en per arbeider op zaterdag gewerkt worden, met een toeslag van 50%. Toch valt het zeer bureaucratische karakter van de ingevoerde procedures te betreuren: akkoord van de vakbondsafvaardiging, medeondertekening van het protocol, ook in KMO’s, door de gewestelijke vakbondssecretarissen, lokaal overleg bij weigering, verzoening bij gebrek aan oplossing op het niveau van het paritair comité, enz. Alleen maar nutteloze complicaties, terwijl zaterdagwerk enkel vrijwillig mogelijk kan zijn en de doelstelling het legaliseren van zaterdagwerk is, dat heel vaak in het zwart wordt verricht!

Voorts worden in dit sectoraal akkoord de principes vastgelegd om tot één regeling te komen voor het vervoer van materieel naar de bouwplaatsen. Wij moeten zeker niet herinneren aan de problemen die wij vorig jaar, totaal onverwacht, mochten ondervinden door een plotse staking bij de betoncentrales. Deze overeenkomst legt de basis om tot één regeling te komen die niet meer buiten of naast het paritair comité en de sectorale onderhandelingen gevoerd wordt, met alle problemen vandien.

Tot slot nog iets zeer belangrijks: voor de eerste keer staat er in het protocolakkoord een clausule van sociale vrede. De sociale partners garanderen dat zij de beslissingen van dit sectoraal akkoord correct zullen uitvoeren.

Voor meer informatie:

Robert de Mûelenaere
Gedelegeerd bestuurder - Confederatie Bouw
Tel. 02 545 56 15