|
PERSBERICHT · 1 juli 2008
Problematische stijging staalprijzen zal openbare werken duurder maken en bouwactiviteiten negatief beïnvloeden
Zopas kondigde ArcelorMittal een stijging van de staalprijzen aan met 60%. De conclusie die hieruit werd getrokken was dat de autosector hiervan de gevolgen nog dit jaar zou zien. Wat misschien onvoldoende onderstreept werd, is dat die prijsverhoging een direct gevolg zal hebben voor de bouwsector en in het bijzonder voor de sector van de burgerlijke bouwkunde, dus die van de openbare werken.
De civiele bouwwerken (infrastructuurwerken zoals bruggen, wegen, parkings, …) zijn meestal werkzaamheden waarbij minstens 10% van het gebruikte bouwmateriaal bestaat uit staalproducten en betonijzer. Deze werden al 55% duurder tussen december 2007 en mei 2008 ! Als hierbij nog eens de aangekondigde prijsstijging komt, zal het betonijzer met meer dan 120% stijgen op één jaar. Bovendien zijn er heel wat civiele werken (spoorweg-infrastructuur bijvoorbeeld) die veel meer staalproducten en betonijzer gebruiken en waarvoor dergelijke prijsstijgingen bijzonder nefast zijn.
Ook de bouwbedrijven die zich toeleggen op deze burgerlijke bouwwerken zien de toekomst bijzonder somber in. Nu ondervinden zij door de aanhoudende stijging van de bouwmateriaalprijzen en in het bijzonder de staalprijzen een ernstig nadeel dat niet of slechts deels kan worden doorgerekend aan de opdrachtgever voor lopende contracten. Hun orderboekjes zijn al drastisch gedaald ten opzichte van het verkiezingsjaar 2006 (met meer dan 10%).
Dus de modale burger krijgt morgen door die prijsstijging van de staalproducten niet enkel duurdere auto’s en frigo’s, maar ook duurdere infrastructuurwerken. Die infrastructuurwerken zijn echter wel broodnodig als ons land zijn economische welvaart wil bewaren. Zonder goede infrastructuur, bruggen, wegen, spoornet, … tewerkstelling kan België immers economisch niet groeien.
De Confederatie Bouw benadrukt dan ook de absolute noodzaak om de aanhoudende bouwmaterialen- en staalprijsstijgingen te kunnen doorrekenen voor de lopende contracten. De Confederatie heeft daarom aan de bevoegde Minister van Economie gevraagd om het uitzonderlijk karakter van deze problematische prijsstijgingen te erkennen en zo de vergoedingsmechanismen te kunnen toepassen.
Voor meer informatie over dit persbericht:
Véronique Vanderbruggen
Directeur Communicatie Confederatie Bouw
T 02 545 56 26 · 0477 36 09 44
veronique.vanderbruggen@confederatiebouw.be
|